Elisabeth van Thüringen

St. Elisabeth” is de door de congregatie zusters Franciscanessen van Mariadal gekozen naam voor het in 1927 opgerichte huis voor zieke en bejaarde zusters van de congregatie. De naam vindt zijn oorsprong in Thüringen.

In 1211 nam de vierjarige Elisabeth, dochter van koning Andreas van Hongarije, haar intrek in het kasteel de Wartburg van de Landgraaf van Thüringen en Hessen. Zij leidde daar jarenlang een rijk bestaan, want zij had alles wat haar hart begeerde. Temidden van de pracht en praal van het hof was zij een engel van onschuld, ze bezat een grote Godsliefde en een warm hart voor de armen. Toen Elisabeth dertien jaar oud was, trouwde zij met Lodewijk, die zijn vader opvolgde als Landgraaf van Thüringen.

Het was een zeer gelukkig huwelijk waaruit vier kinderen voortkwamen. Elisabeth mocht van haar man naar hartenlust haar aandacht en liefde voor de armen uitdragen, hoewel dat in die dagen zeer ongebruikelijk was. Toen Elisabeth 19 jaar was, stierf Lodewijk tijdens een pelgrimstocht aan de pest. Voor Elisabeth was dit een bijna onoverkomelijk verdriet. Later wees zij het huwelijksaanzoek van haar zwager af, die er daarna alles aan gelegen was om Elisabeth te betrappen op haar goede werken. Toen zij op een dag met brood, verstopt onder haar mantel, op weg was naar de armen vroeg een soldaat haar mantel open te slaan. Toen Elisabeth dat deed bleek dat zij geen brood, maar rozen onder haar mantel had. Dit verhaal staat bekend als ‘het wonder van de rozen’ en is de reden dat St. Elisabeth altijd is afgebeeld met een bos rozen in haar armen.

Elisabeth werd op jonge leeftijd ernstig ziek en overleed op 19 november 1231, 24 jaar oud. Al in 1235 werd zij door paus Gregorius IX heilig verklaard.